Kerken geven vrijheid door
 

Kinderen leren gedenken
 Het verdriet, de rouw en de doden van de Tweede Wereldoorlog gedenken. En de vrede en de vrijheid leren waarderen. Dat is wat er sinds 2015 gebeurt bij de oorlogsmonumenten in Krommenie. In een gezamenlijk initiatief van de Raad van Kerken, het Historisch Genootschap Crommenie, en het Bureau Discriminatie zaken Zaanstreek Waterland krijgen basisschoolkinderen van de hoogste groepen uitleg over de Tweede Wereldoorlog. Ze beginnen hun programma bij de bewuste monumenten, het Verblifamonument en het monument van het dorp Krommenie, ingemetseld in de oostmuur van de Nicolaaskerk. Er wordt uitleg gegeven en vervolgens mogen de bloemen worden gelegd. Daarna zijn de kinderen van harte welkom in de Nicolaaskerk zelf, waar ze in de hal uitleg krijgen over de gang van zaken.

 Bij binnenkomst in de kerkzaal krijgen de kinderen allemaal de blauw-rode vrijheidstoorts op stickerformaat van het nationaal comité 4-5 mei aangereikt die ze op hun kleding kunnen doen. Dan wordt meteen duidelijk in welk kader deze ontmoeting gaat plaatsvinden: in dat van vrijheid en van een rechtvaardige samenleving! Vervolgens gaan de kinderen in kleine groepjes langs de verschillende verhalen uit de oorlog. Vaak verteld door mensen die het zelf hebben meegemaakt, maar ook door andere mensen die het van horen zeggen hebben of vanuit hun werk bezig zijn met de vragen over vrijheid, respect en eerlijke gelijke kansen voor iedereen. Een bijzonder project.

 

 

De bootjes van ome Cor

 

Onze ome Cor werkte bij Bruijnzeel in Zaandam. Wanneer wij als kinderen rond 1970 op visite kwamen was er nog geen Wifi met Ipad of telefoon. Wij speelden dan met de bootjes. Deze werden tijdens de bezettingsjaren gemaakt door het personeel van Bruijnzeel in Zaandam. Zij waren vrij gesteld van verplichte tewerkstelling in Duitsland omdat er door het oorlogsgeweld nogal eens een deur of raamkozijn sneuvelde. Maar door de gestokte aanvoer van hout uit Zweden, Suriname en Ned. Indië was er te weinig materiaal om iedereen aan het productiewerk te houden. Er was wel een enorme voorraad van afvalhoutjes en deze werden zorgvuldig en geduldig bewerkt tot speelgoed.  En aangezien onze oom meubelschilder was decoreerde hij de bootjes met fijne hand. Pas later hoorden we dat hij door het maken van deze bootjes ontsnapte aan het werken in de oorlogsindustrie. Hij koos er voor om bij het verzet te gaan en had wapens in huis. Hij sprak daar weinig over, maar kreeg er wel een onderscheiding voor. Het sleepbootje en de dekschuiten zijn al ruim 70 jaar oud. Zij zijn getekend door het spel van de neefjes. Ik heb ze nooit weg kunnen doen. Ze vertellen mij het over geluk hebben gehad om niet naar Duitsland te hoeven én het verhaal om te kiezen voor verzet tegen de Duitse bezetter.  (M. Bruijns, pastor Petrusparochie Krommenie)

 

Het verhaal van de toeter

In de loop van de oorlog werden de joden naar concentratiekamp in Westerbork gebracht. Ik woonde met mijn ouders daar dicht bij. De leegkomende huizen werden door de Duitsers leeggeroofd en de spullen werden opgeslagen in een groot pakhuis. Alle koperen voorwerpen werden er uitgehaald en in houten kisten klaargezet om opgehaald te worden. De kisten stonden voor het pakhuis op de stoep. Ik zag een voorwerp liggen dat op een toeter leek. Dat leek mij heel interessant en in een onbewaakt ogenblik heb ik die toeter toen uit de kist gehaald en mee naar huis genomen. Gelukkig had niemand het gezien.

Ik wist wel dat het eigenlijk niet mocht, maar als je de Duitsers maar dwars kon zitten mocht bijna alles. Mijn vader was echter niet blij mee en nam de toeter van mij af. Het bleek geen toeter maar een gehoorapparaat. Mijn vader dacht zelfs te weten wie de eigenaar was, een Joodse veehandelaar, die was afgevoerd. Mijn vader had al onze koperen voorwerpen verzameld en onder de houten vloer verborgen. De zgn. toeter kwam daar ook bij om hem terug te kunnen geven aan die Joodse mijnheer. Hij kwam helaas nooit weer terug!  (G.Peeks)

 

 

Zie hieronder het verslag uit 2016:


 
Het was weer een mooie maar zeker drukke week. In samenwerking met het Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek / Waterland, De Aircraft Recovery Group fort Veldhuis en Het Historisch genootschap Crommenie mochten we als Raad van Kerken Krommenie en Assendelft rond Koningsdag weer een aantal lokale basisscholen ontvangen binnen het thema “Voorwerpen en hun verhaal”.
In 2015  zijn we het project gestart als een eenmalig project rond 70 jaar bevrijding met als doelgroep de basisschool groepen 6/7 en 8.  De toen deelnemende scholen hebben ons echter gestimuleerd om het project niet te stoppen maar jaarlijks te herhalen.  We richten ons daarom  nu verder alleen op groep 7 van de basisscholen.
Enkele scholen konden daardoor dit jaar niet mee doen omdat al hun groepen in 2015 al waren geweest maar gaven aan uit te zien naar volgend jaar! Gelukkig mochten we dit jaar een nieuwe school welkom heten en het ziet er naar uit dat er nog meer op komst zijn. Volgend jaar kan het project wel eens uit haar jasje gaan groeien. We maken ons daar echter geen zorgen over maar gaan die uitdaging aan.  Mocht u geïnteresseerd zijn om in 2017 ook mee te doen, geef u dan tijdig op. U zult het zeker beleven als een verrijkende ervaring!
Wat hebben we met de kinderen gedaan?
We hebben met elke groep bloemen gelegd bij de monumenten rond de Nicolaaskerk en het voormalige gemeentehuis. Aansluitend werden allerlei “10 minuten verhalen” verteld meest door kinderen uit de tweede wereldoorlog. Eén van die kinderen is inmiddels 91 jaar en de jongste verteller was dit jaar nog net geen 18 jaar. Wat ze gemeen hebben? Ze vertellen allen hun verhaal met veel passie en overtuiging. De kinderen hangen aan hun lippen. Veel komt aan bod;  het verhaal van de luchtoorlog boven de Zaan, de strijd van het verzet, de hulp aan onderduikers, de deportatie van de joden en de oorlog in Krommenie. Alle verhalen komen samen in het belang van vrede en veiligheid voor iedereen conform het thema van het nationaal 4- 5 mei comité;     







De kinderen kregen o.a. een poster mee naar huis met daarop het volgende gedicht:
 
Twee woordjes
Ik heb ze zelf wel eens gezegd.
Vaak zat. En even zovele keren
er spijt van gehad.
En ik wordt hels als
mijn jongens ze gebruiken.
 
Niet dat ze lasterend zijn,
of plat, iemand beledigen-
verre van dat
Maar ik wordt hels als
mijnjongens ze gebruiken.
 
Afzonderlijk zijn ze onschuldig
als wat. Ze komen wel duizend
keer daags op je pad.
Toch wordt ik hels als
mijn jongens ze gebruiken.
 
De meest harteloze,
rotste, zieldoorsnijdend botste,
dodelijkste woordjes die ik ken:
 
nou en.

 
Hans Kuyper, stadsdichter van Zaanstad